woensdag 7 augustus 2013

Over tulpenbollen en beleggingsbubbels

In principe geldt voor iedere markt, of het nu aandelen gaat of elke andere markt, dat de prijzen niet alleen door vraag en aanbod worden bepaald, maar deze ook tot stand komen door de percepties van handelaren en beleggers.  Massapsychologie blijkt iedere keer weer zeer dominante factor achter prijsbewegingen. Op ieder gewenst moment weerspiegelen prijzen dan ook het niveau waarop een verkoper afstand wil doen van zijn bezit en de prijs die een koper daarvoor bereid is te betalen. Maar wee o wee, als deze factoren uit balans raken.

Eén van de bekendste voorbeelden van massapsychologie kunnen we terugvinden in onze eigen vaderlandse geschiedenis tijdens de tulpenbollenmanie. In 1600 werd er in Holland massaal gespeculeerd in tulpenbollen waardoor de prijzen naar ongekende hoogte werden gestuwd. Op de top van de markt was men bereid om, omgerekend naar het huidige prijsniveau, zo’n fl. 10.000 te betalen voor één enkele tulpenbol. Huizen, grond en persoonlijke bezittingen werden verkocht om in de massaspeculatie deel te nemen. Toen de prijs op een gegeven moment het niveau had bereikt waarop er geen kopers waren te vinden viel de bodem onder de markt weg. Niet lang daarna werden de dezelfde bollen voor vijf cent van de hand gedaan. Voor de duidelijkheid, een schilderij van de hand van Rembrandt bracht in die tijd  zo’n fl. 1.200 op.

Nog een voorbeeld van massapsychologie, maar dan veel later, vond tijdens de laatste eeuwwisseling plaats. De aanhangers van ‘de nieuwe economie’ voorspelden beleggers ongekende winsten. Professionele en particuliere beleggers maakten zichzelf wijs dat de oude wetten voor deze fondsen niet meer van toepassing waren, en op basis hiervan stegen de koersen van deze aandelen naar ongekende hoogte. De implosie van de koersen van deze bedrijven hebben beleggers inmiddels weer met beide benen op de grond gezet. Prijzen bewegen als gevolg van de acties van de marktdeelnemers, zonder dat er rekening wordt gehouden met de klaarblijkelijke feiten. Tijdens de tulpenmanie waren alle speculanten voorzien totdat er op een gegeven moment geen tegenpartij meer was te vinden. Het ontbreken van nieuwe marktdeelnemers zorgde ervoor dat prijzen niet meer verder stegen.

Beleggen in Goud
In de loop der eeuwen is er eigenlijk niet veel veranderd. De psychologische factoren hebzucht en angst bepalen nog steeds voor het overgrote deel het menselijk handelen op de inmiddels internationaal geworden financiële arena. Goud is hier een exemplarisch voorbeeld van. De prijs van het edelmetaal is sinds 2004 met 373% gestegen naar een top in 2011 op $1895. Echter, het blinkende metaal  is in principe waardeloos omdat het niets opbrengt als je het in bezit hebt: goud geeft geen rente, geen dividend en geen huuropbrengsten.

Kijken we thans naar de goudgrafiek dan ziet het er naar uit dat de eerdere hebzucht heeft plaatsgemaakt voor regelrechte angst.  De koers is sinds de hoogste koers in 2011 al weer met -34,9% gedaald. En vooral de laatste weken gaat het erg snel bergafwaarts. Het is te hopen dat de ballon niet helemaal leegloopt zoals bij alle eerdere goudrally’s gedurende de afgelopen 200 jaar het geval is geweest.









Skin in the Game

Wat is het verschil tussen een boeddhist en een stoïcijn? Antwoord: ‘een stoïcijn is een boeddhist met ballen, eentje die f*** you roept tegen het lot’. Deze zinsnede heb ik niet zelf bedacht, maar komt rechtstreeks uit ‘Antifragiliteit’, het nieuwste boek van Nassim Nicholas Taleb.  Wat is Antifragiliteit? Het antifragiele is meer dan robuust zijn, antifragiel zijn betekent zelfs dat je baat heb bij stressoren, variatie en schommelingen. Natuurlijke en complexe systemen zoals de mens en de economie zullen wegkwijnen of uiteenvallen als de variatie, stressoren of schommelingen worden weggenomen. De stelling van Taleb  is dat we de economie, onze gezondheid, het onderwijs etc breekbaarder hebben gemaakt doordat we de toevallige variatie en volatiliteit proberen te onderdrukken.  Net zoals een maand in bed liggen tot spieratrofie leidt, worden complexe systemen zwakker als de stressoren worden weggenomen. Het is de tragiek van de moderne tijd: net als neurotische, over beschermende ouders, brengen degenen die zeggen te helpen en goed te doen ons juist de meeste schade toe.

De grootste fragilisator in de samenleving en de grootste veroorzaker van de crisis is in de ogen van Taleb: de afwezigheid van ‘skin in the game’, ofwel persoonlijk financieel risico lopen bij het werk. Nog nooit hebben zoveel niet risiconemers, dat wil zeggen mensen die zichzelf niet persoonlijk aan risico blootstellen, zo veel controle uitgeoefend. We zijn getuige van de opkomst van een nieuwe klasse omgekeerde helden: bureaucraten, bankiers en academici met te veel macht en te weinig verantwoordelijkheidsgevoel. Zij misbruiken het systeem terwijl de burgers telkens weer de prijs betalen. Het idee dat er iets op het spel moet staan is van fundamenteel belang voor het goed functioneren van een ingewikkelde wereld. In een ondoorzichtig systeem hebben mensen een motief om risico’s te verbergen en alleen de positieve, maar niet de negatieve effecten te vermelden. Degenen die profiteren van de positieve effecten zijn niet noodzakelijkerwijs dezelfde die bloot staan aan de negatieve effecten.

De mensen uit de klassieke oudheid waren zich heel goed bewust van dit motief om risico’s te verbergen, en pasten daar een heel eenvoudige, maar krachtige regel op toe. Volgens de Codex Hammurabi, een oud wetboek uit het antieke Mesopotamië, volgde de doodstraf voor de bouwer van een huis als door zijn toedoen het huis was ingestort en hij als gevolg hiervan de dood van de huiseigenaar op zijn geweten had. Dit eenvoudige uitgangspunt is de oorsprong van het ‘oog om oog, tand om tand’ en van de ethische norm, ‘behandel anderen zoals je wilt dat zij jou behandelen’. Maar afgezien van deze ethische dimensie was dit eenvoudigweg de beste risico beheersregel ooit.  Mensen uit de klassieke oudheid begrepen dat de bouwer altijd meer van de risico’s af weet dan de opdrachtgever en kwetsbaarheden kan verdoezelen of de winstgevendheid kan verbeteren door zich er gemakkijk van af te maken.  Je kunt alleen maar hopen dat er in 2013 iets zal worden gedaan om te zorgen dat mensen die zich met risico’s bezighouden zelf meer gevaar gaan lopen. Een veilige en rechtvaardige samenleving eist niets meer maar ook niets minder.
 

vrijdag 8 februari 2013

Frustrerende discussies

Beleggen? Dat is toch gewoon gokken, jongeman’. Ik word er regelmatig mee geconfronteerd! Frustrerende discussies zijn het. Recent werd er ook nog een onderzoek gepubliceerd waarin 40 procent van de ondervraagden aangaf dat beleggen niets anders is dan gokken, waarbij geluk volgens hen belangrijker is dan kunde.

Hoe moet je 'niet beleggers' er van overtuigen dat er een groot verschil is tussen naar het casino gaan en in een aandelenfonds stappen? Ik geef ronduit toe, ook beleggen is niet zonder risico! Er is altijd een kans dat het minder goed gaat dan gepland en net als in het casino is de beurs afhankelijk van ‘spelers aan de roulette tafel’ die maar blijven inzetten. Dat zijn de enige overeenkomsten. Het grote verschil is echter dat in het casino de kans dat je verlies maakt groter is dan de kans dat je winst maakt. Bij beleggen is dat precies andersom, er is namelijk sprake van een asymmetrisch risicoprofiel. De hoogte van het verlies heb je namelijk zelf in de hand en de opbrengst kan vele malen de ‘gecontroleerde’ verliezen vergoeden. Tenminste! Als je weet waar je mee bezig bent.

Het gaat fout als je niet over die kennis beschikt. Of je nou aan het beleggen bent, aan het pokeren of wat dan ook. Uit de boeken leer je niet hoe je moet beleggen, maar zal je dit uit de praktijk moeten leren door ‘trail en error’, wat grofweg vertaald naar het Nederlands zo ongeveer betekent als ‘gissen en missen’. In de wetenschap wordt ‘trail en error’ omschreven als de leer van het vinden, de wetenschap die langs methodische weg tot oplossingen leert komen. Het is een wijze om waarheden en regels te vinden op grond van eerder opgedane ervaringen evenals dat ze als zoekstrategie kan worden ingezet waardoor de zoekruimte drastisch wordt verkleind.

In de praktijk komt het neer op uitproberen en leren van fouten. Als een dier in een nieuwe situatie komt probeert het verschillende mogelijkheden uit. Wat werkt zal het dier onthouden en blijven uitvoeren, maar als het niet werkt zal het dier op zoek gaan naar een andere manier, net zo lang totdat het gewenste resultaat is bereikt.

Bij het ontwikkelen van medicijnen wordt traditioneel deze methode toegepast. Chemici ontwikkelen allerlei stoffen en proberen ze uit, totdat ze een wenselijk effect vinden. In de wiskunde wordt het gebruikt om formules op te lossen. Het is een langzamere, minder exacte methode dan algebra, maar het leidt ook tot een resultaat en is voor leken makkelijker te begrijpen.

Programmeurs van computerprogramma's gebruiken vaak ‘trail en error’ om fouten uit hun code te halen. Er worden dan allerlei situaties bedacht en uitgeprobeerd, en werkt het programma niet zoals gewenst, dan wordt het aangepast tot het werkt.

Een goede beleggingstrategie gaat ook uit van ‘trail en error’. De markt is een complex systeem, hier geldt  ‘trial en error’, waarbij steeds weer wordt teruggedraaid naar het evenwicht, maar daar kunnen lange perioden van onevenwichtigheden tussen zitten. Die afwijkingen en de convergenties vallen niet te voorspellen. Selectie op basis van momentum is zeer robuust, maar het is altijd afwachten welke aandelen gaan domineren. Voldoet het aandeel niet aan het gestelde criterium, ofwel stijgt het niet snel genoeg, dan hebben we te maken met een ‘error’ en gaan we op zoek naar een nieuw aandeel, of beter gezegd ‘trail’.

 

AM Trendstrategie update

Januari is een uitstekende maand gebleken voor Nederlandse aandelen. Vooral de prestatie van de Smallcap Index, voor de kleinere fondsen, was indrukwekkend met een koersstijging van 5,84%. In de eerste stadia van een nieuwe ‘bull move’ lopen ‘small cap’ aandelen in de meeste gevallen op de troepen vooruit, wetende dat dit soort aandelen sneller profiteren van een op handen zijnde groeifase. Of dat echt gaat gebeuren, is natuurlijk koffiedik kijken. Feit is wel dat in januari en vorige maand het rendement van ‘small caps’ ook al met kop en schouders boven de prestaties van de andere Nederlandse indices uitstak.

Op dit moment hoor ik u hardop denken: ‘waarom belegt de AM Trendstrategie dan niet meer in small caps? ’ Dat heeft te maken met het feit dat er te weinig liquiditeit in deze fondsen omgaat en daardoor niet worden opgenomen in het universum waarop de strategie wordt losgelaten. Denk bijvoorbeeld aan aandelen zoals Kardan (+84%), Xeikon(+64%), Pharming (+25%) en ICT (+24%), indrukwekkende koersstijgingen, maar op basis van een laag handelsvolume op dagbasis. Trekken we de vergelijking internationaal en wat langer, vanaf het begin van de huidige bull beweging, dan bivakkeert de AEX net onder in het linker rijtje qua prestatie en staan de andere Nederlandse graadmeters in het rechterrijtje.

Had ik maar…..Portugese , Japanse en Zwitserse aandelen gekocht. ‘Had ik maar’, waarschijnlijk de drie meest gebruikte woorden door beleggers. Helaas, de AM Trendstrategie wordt alleen toegepast op een bestand van Nederlandse aandelen, hoewel ik ervan overtuigd ben dat deze strategie ook goede prestaties zou neerzetten als het buitenlandse aandelen zou selecteren. Zeker iets voor in de toekomst om verder te ontwikkelen. De AM Strategie pas ik sinds 2007 overigens wel op een bestand beleggingsfondsen toe en ook dan zijn de prestaties naar behoren, maar minder dan als met individuele aandelen.
 


Het kan niet anders dan dat er weer substantieel geld richting de beleggingscategorie aandelen stroomt. Dit zien we ook terug in de prestatie van de AM Trendportefeuille die in januari met 6,32% in waarde steeg. Daarmee wil ik overigens niet suggereren dat februari ook een koersstijging in petto heeft. We volgen ‘slaafs’ het 200-daags voortschrijdende gemiddelde totdat deze een signaal geeft dat beleggen in aandelen niet meer interessant is. Voorafgaand aan dit verkoopsignaal zal een substantieel deel van de winsten die AM Trendstrategie heeft weten op te bouwen weer worden teruggeven. Met andere woorden, een goede prestatie zoals afgelopen maand is hard nodig ter compensatie van de onvermijdelijke verliezen. Wanneer dit gaat gebeuren? Ik zou het niet weten. Met voorspellen houd ik mij immers niet bezig.

Herbalanceren AM Trendportefeuille
De AM Trendportefeuille werkt met een gelijk gewogen portefeuille van 8 aandelen die zo nu en dan wordt gebalanceerd. Hiermee wordt het risico verminderd en het rendement een beetje verhoogd. De vraag is met welke frequentie je dat moet doen. Dagelijks, maandelijks, jaarlijks? In het laatste geval kan je portefeuille in twaalf maanden tijd flink uit het lood raken, maar bij dagelijkse of maandelijkse herweging heb je hoge transactiekosten. Vier keer per jaar is dan een mooie compromis. Je beperkt daarmee de transactiekosten, maar haalt wel een substantieel deel van de volatiliteit weg. De exercitie brengt €45,- aan extra transactiekosten met zich mee.

woensdag 16 januari 2013

Multi Asset Trendstrategie 2012

De Nederlandse aandelen- en obligatiemarkt sloten 2012 positief af. De Amsterdam All Share Index steeg de afgelopen 12 maanden per saldo met 8,22%. De best presterende Nederlandse index was de Midcap welke met 14,14% steeg. De index voor de hoofdfondsen (AEX) en de Smallcaps (ASCX) boekten respectievelijk 9,68% en 7% koerswinst.

De Allocatie Momentum Trendstrategie, het vlaggenschip binnen de Multi Asset Trendstrategie, belegt niet alleen in aandelen. Ook obligatiefondsen behoren tot het universum van de strategie. Het aankopen van obligatiebeleggingsfondsen gebeurt niet zo heel vaak. Alleen op het moment wanneer de aandelenbeurzen weer eens door hun hoeven zakken en obligaties als een veilige haven fungeren zal de AM Trendstrategie vanuit aandelen naar obligaties switchen. Sinds het begin van de eeuwwisseling is dit een profijtelijke strategie gebleken. Alleen in 2011 leed deze manier van werken een verlies op.
 
In figuur 1 staan de maandrendementen van zowel de Allocatie Momentum Trendstrategie ten opzichte van de Amsterdamse All Share Index in 2012. In blauw is aangegeven de periode waarin deze trendstrategie in een obligatiefonds heeft belegd en groen de periode waarin in aandelen wordt belegd.

 
 
Jan
Febr
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Aug
Sept
Okt
Nov
Dec
 Jaar
AAX
2,08%
2,37%
-0,44%
-3,25%
-6,21%
5,40%
5,32%
0,21%
-1,21%
1,29%
1,23%
1,73%
8,22%
AM Trend
1,91%
1,58%
0,12%
0,45%
-0,08%
-0,09%
3,38%
1,92%
2,52%
5,58%
1,94%
1,21%
22,29%
 
Figuur 1.
 
 
 
 
 
 
 
 
 

In de blauwe periode, wanneer de AM Trendstrategie in obligaties belegt, valt op dat de strategie de grote verliezen van aandelen zoals in april en mei weet te vermijden doordat het allocatiefilter aangeeft dat het niet interessant is om in aandelen te beleggen. Het allocatiefilter gaf in juli aan, via een positieve draai van het trendfilter dat er opnieuw in aandelen kon worden belegd. De draai kwam nog net op tijd om te profiteren van de stijging van Nederlandse aandelen in juli.

De flinke ‘outperformance’ van de AM Trendstrategie in oktober ten opzichte van de AAX kwam tot stand doordat er een overnamebod op het aandeel TMC werd uitgebracht. Dit fonds zat al sinds juli 2012 in portefeuille, en leek er zelfs uit te vallen omdat de koersprestatie in vergelijking met andere Nederlandse aandelen achterbleef. Het bod resulteerde in een koerssprong van 23% en voegde daarmee in totaal 30% waarde toe aan de Allocatie Momentum Trendportefeuille. In tegenstelling tot 2011 waren er in 2012 geen grote negatieve uitslagen. Het grootste verlies in 2012 kwam op conto van het aandeel LBI dat in augustus tegen een -9,62% lagere werd verkocht.

He totaalrendement van de AM Trendstrategie, inclusief transactiekosten maar exclusief dividend, kwam in 2012 uit op 22,29%. Een mooi gegeven, maar tegelijkertijd weinig zeggend omdat een enkel jaar geen informatie geeft over de kwaliteit. Om hierover wel een uitspraak te kunnen doen moet men minimaal 3 tot 5 jaar aan gegevens hebben. Belangrijker is het om het proces te blijven verbeteren en vast te houden aan de beleggingsstijl. Hieronder overigens de prestaties van de AM Trendstrategie over de afgelopen 3 en 5 jaar.

Rendement* 5 jaar 3 jaarRisico** 5 jaar 3 jaar
AM Trend Portefeuille14,81%10,16% -21,43%-21,43%
Amsterdam All Share Index-7,59%0,51% -56,50%-15,63
* samengesteld** maximum draw down


Short Only Trendstrategie 2012
De tweede pijler binnen de Multi Asset Trendfilosofie, zijnde de Short Only Trendstrategie, leverde eveneens een positieve bijdrage aan het totaalrendement. Sinds juli 2012 is de allocatie van het werkkapitaal van 35% naar 15% teruggeschroefd, en zijn het aantal posities flink afgenomen. Zo kan het voorkomen dat er gedurende een aantal maanden achter elkaar geen posities worden ingenomen. Dit is niet erg, en ook wenselijk aangezien de winstkansen eerder bij het kopen van aandelen liggen.


Jan
Febr Maart April Mei Juni Juli Aug Sept Okt Nov Dec  Jaar
AAX
2,08% 2,37% -0,44% -3,25% -6,21% 5,40% 5,32% 0,21% -1,21% 1,29% 1,23% 1,73% 8,22%
SO Trend -1,84% 1,73% -0,56% 8,03% 6,50% 0,39% 0,16% 0,16% 0,16% 0,16% -0,88% 0,29% 14,75%
Figuur 2.

In figuur 2 staan de maandrendementen van zowel de SO Trendstrategie als de AAX in 2012. In blauw is aangegeven de periode waarin de allocatie 35% was en in groen de periode waarin ‘slechts’ 15% van het werkkapitaal aan de strategie is toegekend. Het rendement kwam vrijwel geheel in de eerste 6 maanden van 2012 tot stand, ofwel op het moment dat er sprake was van een neerwaartse trend in Nederlandse aandelen. Het totaalrendement van de SO Trendstrategie, inclusief transactiekosten,kwam in 2012 uit op 14,75%. Maar ook hier geldt dat een enkel jaar weinig zegt over de kwaliteit. Hieronder de prestaties van de SO Trendstrategie over de afgelopen 3 en 5 jaar.


Rendement*  5 jaar  3 jaar Risico**  5 jaar  3 jaar
SO Trend Portefeuille 30,27% 17,23%   -5,93% -4,36%
Amsterdam All Share Index -7,59% 0,51%   -61,80% -24,07%
* samengesteld ** maximum draw down
 

Commodity Trendstrategie 2012
De derde pijler binnen de Multi Asset Trendfilosofie betreft de trendstrategie op de CRB Total Return Index, een breed samengestelde mand van grondstoffen en edelmetalen. De trendstrategie tracht te profiteren van de middellangetermijn prijstrends. Op 4 april werd er voor het eerst richting alle abonneehouders een shortpositie gecommuniceerd die vervolgens gedurende de rest van het jaar werd aangehouden. De neerwaartse koersbeweging die al sinds september 2011 dominant aanwezig is, versnelde in april en mei, maar de index herstelde daarna net zo hard als dat deze was gedaald, om tenslotte min of meer stil te vallen. In 2012 leverde de Commodity Trendstrategie een verlies van
-2,25% .

CT Trendstrategie 2013
Hoewel de CT Trendstrategie een goed track record heeft opgebouwd in de loop der jaren, voegt de trendstrategie toch te weinig waarde toe aan de Multi Asset Trendstrategie. De rendementen (positieve en negatieve) correleren nauw met die van de Allocatie Momentum Strategie waardoor er geen extra diversificatie mogelijk is. Daarnaast presteert de AM Trendstrategie veel beter, en blijkt verder dat de mogelijkheden in Nederland om short te gaan in de CRB Total Return Index te beperkt zijn. Beleggen in grondstoffen en edelmetalen blijft in mijn optiek wel interessant maar moet er serieus gekeken worden naar een andere invulling, bijvoorbeeld in plaats van een brede index rechtstreeks beleggen in olie, goud, koper etc . Het komende kwartaal zal er zorgvuldig naar een alternatief gezocht gaan worden. Zolang deze niet voorhanden is/zijn blijft de CT Trendstrategie de signalen in de CRB Index opvolgen.

Multi Asset Trendstrategie 2012
De Multi Asset Trendstrategie is een dynamisch beheerde portefeuille op basis van de rendement-risicoprofielen van de afzonderlijke AM Trendstrategie, Short Only Trendstrategie en de Commodity Trendstrategie. Deze systematische werkwijze zorgt voor een flinke beperking van de risico's die gepaard gaan met beleggen in aandelen, obligaties en grondstoffen. Dit blijkt ook uit figuur 3 met daarin opgenomen de maandrendementen van zowel de MA Trendstrategie als de AAX in 2012.

 
Jan
Febr
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Aug
Sept
Okt
Nov
Dec
2012
AAX
2,08%
2,37%
-0,44%
-3,25%
-6,21%
5,40%
5,32%
0,21%
-1,21%
1,29%
1,23%
1,73%
8,22%
MA Trend
0,39%
1,38%
-0,11%
3,09%
2,75%
-0,12%
2,46%
1,57%
2,04%
5,15%
1,38%
1,10%
23,08%
Figuur 3.

Dus spreiding op basis van de rendement-risicoprofielen van de afzonderlijke AM Trendstrategie, Short Only Trendstrategie en de Commodity Trendstrategie die actief zijn in Nederlandse aandelen, obligaties en de grondstofmarkten, in plaats van spreiding op basis volgens de klassieke asset allocatie theorie. De financiële crisis heeft immers aangetoond dat de traditionele wijze van diversifiëren heeft gefaald. In tijden van ernstige financiële onrust liepen de correlaties tussen aandelen, specifieke obligatieklassen, vastgoed en grondstoffen naar 100% op, met het gevolg dat de klassieke spreidingmethode niet werkte op het moment dat beleggers deze het hardst nodig hadden.







woensdag 2 januari 2013

De sleutel voor het maken van rendement

De wetenschap beweert van tijd tot tijd dat het bijna onmogelijk is om op structurele basis de markt te verslaan. Daar voegen ze dan aan toe: ‘een rendement gecorrigeerd voor het risico’, waarmee ze bedoelen dat de markt niet kan worden verslagen met een strategie waarmee men hetzelfde risico loopt als datgene waarmee men een vergelijking maakt, in de meeste gevallen dan een breed samengestelde marktindex. Behaalt men een hoger rendement dan de markt, dan hoeft men niet perse de markt te hebben verslagen als je dat namelijk doet tegen een aanzienlijk hoger risico. Immers, het gaat om het rendement dat is behaald per eenheid risico.

Hoe dan ook, de meeste beleggers, zeker de particuliere beleggers, zijn niet echt bezig met de term risico en aan hun portefeuille hangt doorgaans geen Sharpe ratio of Maximum Draw Down of zoiets dergelijks. Risicospreiding doen ze desgewenst indirect door een deel van de portefeuille te beleggen in fondsen, obligaties en vastgoed. Uit eigen ervaring en door de gesprekken met beleggingsprofessionals, blijkt dat het beheersen van de risico’s de sleutel is voor het maken van rendement op de lange termijn.

Om mijn punt duidelijk te maken heb ik hieronder 4 fictieve beleggers geïntroduceerd. Alle beleggers starten begin 2000 met een bedrag van €50.000 en beleggen in een breed samengestelde Nederlandse aandelenportefeuille. Het verschil is dat belegger 1 niet aan risicobeheersing doet, belegger 2  beperkt zijn risico’s met 25%, belegger 3 met 50% en belegger 4 met 75%. Na 2 diepe ‘bear markten’ tussen 2000-2003 en 2008-2009 ziet u in tabel 1 wat de waarde van hun €50.000-belegging anno 2012 zou zijn.



 

 

 
Belegger 1 is zoals u kunt zien er het slechtst aan toe. Hij of zij heeft nog maar €27.350 over van de oorspronkelijke belegging. Belegger 4  staat €5.663 onder water, maar ziet weer ‘licht aan het einde van de spreekwoordelijke tunnel’.   Alle beleggers zullen met de gedachte lopen: ‘hoe lang zal het nog duren voordat ik mijn geld terug heb’?
 
Op deze laatste vraag kan geen eenduidig antwoord worden gegeven omdat dit afhangt van de toekomstige rendementen van Nederlandse aandelen. Hoogstens kan er door middel van verschillende rendementsscenario’s worden bepaald hoe lang het gaat duren eer dat iedere belegger zijn geld terug heeft.

In tabel 2 worden een drietal rendementscenario’s doorgerekend. Scenario 1 gaat uit van een gemiddeld rendement van 4%. In de andere scenario’s  is er sprake van gemiddeld 6% en 8% rendement. Belegger 1 hoopt dat Nederlandse aandelen de komende jaren gemiddeld 8% gaan opleveren, immers dan heeft hij of zij na 7,84 jaar zijn geld terug. Maar het kan ook 2 maal zo lang gaan duren als Nederlandse aandelen de komende jaren slechts 4% rendement weten te maken.



 

 

 
Belegger 4 is er, dankzij de gedisciplineerde beheersing van het risico, het beste aan toe. Deze persoon hoeft ‘slechts’ 3 jaar te wachten bij 4% rendement, en komt na 1,5 jaar weer op de oorspronkelijke belegging van €50.000 als Nederlandse aandelen tot medio 2014 met 8% weten te stijgen. Naast de rendementscenario’s treft u de kolommen met daarin opgenomen de jaartallen waarin de beleggers ‘break even’ spelen. Belegger 1 heeft bij een rendement van 4% zijn of haar €50.000 in 2028 weer terug.

Echter, wat blijkt! Tegen die tijd is de wereld een stuk duurder geworden. Een dagelijks brood blijkt geen €2,- te kosten maar €2,72. Een lekker stukje biefstuk in een restaurant staat op de menukaart voor €27,20 in plaats van €20,-en de zorg koopt u niet in tegen €300,- per maand, maar tegen een premie van €407,20 bij een veel hoger eigen risico. Met andere woorden, een bedrag van €50.000 in 2014 geeft niet dezelfde koopkracht als hetzelfde bedrag  14 jaar eerder, of erger nog in 2028 wanneer belegger 1 weer zijn initiële €50.000 terug heeft.

In de tabel 3 heb ik dit koopkrachtverlies voor alle fictieve beleggers nog eens doorgerekend voor het jaar dat men ‘break even’ speelt.  Belegger 4 lijdt het minste koopkrachtverlies bij 2% inflatie, terwijl de negatieve werking  het meeste invloed heeft voor belegger 1. Laatstgenoemde lijdt bij een scenario van 4% rendement een koopkrachtverlies van €22.000 in 2028, ofwel bijna de helft van de oorspronkelijke €50.000. ‘Had ik maar aan risicobeheersing gedaan’ zal hij of zij denken.



 




Alle beleggers lijden flinke koopkrachtverliezen, naast de eventuele psychologische schade. En om heel eerlijk te zijn, na het aanschouwen van deze cijfers dacht ik ook even: ‘zo, dat hakt er in’.  Zelfs bij een vermogensverlies van 25% (75% beheersing van het risico) daalt de koopkracht in 2014 aanzienlijk voor belegger 4. Voordeel is wel dat er dan nog genoeg tijd is om een vermogen te laten groeien, maar wie durft er nog in aandelen te beleggen na een achtbaanrit zoals we de afgelopen 12 jaar hebben meegemaakt. Ik acht de kans vrij groot dat deze fictieve beleggers hun vermogen daarna eerder op een veilige spaarrekening stallen, in plaats van te beleggen in aandelen.  Het moge duidelijk zijn, het beheersen van de risico’s is de sleutel voor het maken van rendement op de lange termijn. Dit zal ook in het komende jaar, en in de verdere toekomst mijn grootste uitdaging blijven.